dinsdag 19 september 2017

Het Nationale Vraagstuk in België: Vrijheid voor Vlaanderen en Wallonië!


Het startpunt met betrekking tot het nationale vraagstuk in België is de kunstmatige 'eenheid' van dit land. In realiteit hebben zowel de Vlamingen als de Walen nooit vrij gekozen om hun naties te verenigen in één enkele staat. De hedendaagse federale structuur is een obstakel voor de complete zelfbeschikking van de Vlamingen en van de Walen, die beiden gevangen zitten in een onderdrukkende staat. De bourgeoisie heeft herhaaldelijk de onderlinge nationale spanningen benut om haar eigen belangen te behartigen en om zo de arbeiders tegen elkaar uit te spelen. Daarom eisen wij de ontmanteling van België ten gunste van het recht op zelfbeschikking voor zowel de Vlamingen als de Walen. De Duitssprekende minderheid moet ook over haar eigen lot kunnen beslissen in deze zaak. De ontmanteling van België gaat hand in hand met de strijd tegen de imperialistische instituties die op kunstmatige wijze de eenheid van het land in stand houden - de monarchie, de NAVO en de Europese Unie.


IJzertoren in Diksmuide (West-Vlaanderen): Symbool van de Vlaamse strijd voor zelfbeschikking.


Om het nationale vraagstuk van België op te kunnen lossen, moeten we haar geschiedenis kennen. De evolutie van een feodaal naar een kapitalistisch systeem binnen deze gebieden, betekende dat het moderne België tot stand zou komen onder de bijna exclusieve invloed van buitenlandse machten. Terwijl de, door de Protestanten gedomineerde noordelijke provincies van Nederland zich formeel onafhankelijk verklaarden in 1648, werden de Katholieke zuidelijke provincies (die het hedendaagse België vormen) tot 1700 nog steeds geregeerd door de Habsburgers van Spanje en daarna (vanaf 1713) door die van Oostenrijk. Pas in 1789 zou in dit gebied een eerste revolutie plaats vinden: de Brabantse omwenteling. Kort daarna werd het gebied geannexeerd door Frankrijk. Na de val van Napoleon in 1814, werd het lot van deze naties beslist door de Coalitiemachten onder leiding van Groot-Brittannië. Toen Napoleon terugkeerde en er een nieuwe oorlog begon, maakte de Nederlandse koning Willem I hier handig gebruik van, door in 1815 deze gebieden militair te bezetten. Tijdens het Congres van Wenen werd het de Nederlandse koning toegestaan om - ongeacht de wil van de bevolking - deze gebieden voor zichzelf te claimen als onderdeel van zijn koninkrijk. Groot-Brittannië zag dit als een manier om een "bufferstaat" te vormen tussen Frankrijk en de andere grote Europese landmachten. Het was pas in 1830 dat de inwoners van deze provincies onder de invloed van de Franse Juli-revolutie een soort "eigen" bourgeois revolutie doorvoerden. Deze werd geleid door de Francofonen en kan gezien worden als een gedeeltelijke expressie van zelfbeschikking.

Het moderne België is dus eigenlijk het bastaardkind van de politiek en compromissen van de grote machten uit die tijd. De herverdeling van deze gebieden tussen Groot-Brittannië, Frankrijk en Pruissen werd serieus bekeken in 1830. In die tijd was Groot-Brittannië echter de sterkste macht in Europa en deze zou het nooit toestaan dat Frankrijk dit gebied zou annexeren. Tegelijkertijd wensten de Britten een nieuwe Europese oorlog te voorkomen en was Frankrijk er pertinent op tegen dat Brittannië ook maar één stuk land op het continent zou verkrijgen. Daarom werd er tijdens de Conferentie van Londen besloten om een 'onafhankelijke' staat te creëren (in de praktijk een Britse proxy-staat). Enerzijds bedreigt door Nederland en van de andere kant bedreigt met annexatie en versplintering door Frankrijk, Brittannië en Pruissen, hadden de Vlamingen en Walen eigenlijk nooit een echte keus hierin. Zij werden gedwongen België te vormen door de historische situatie.


De taalgebieden binnen de Belgische staat: een Nederlands-, Frans- en Duitstalig gewest.


In 1830 waren de Vlaamse en Waalse naties nog niet erg ontwikkeld. In Vlaanderen was de taal nog erg inconsistent en verdeeld onder verschillende regionale dialecten. Verder waren er duidelijk afgebakende verschillen tussen de belangrijkste steden. De aristocratie en bourgeoisie waren voornamelijk Franstalig. Onder deze situatie ging de gedwongen verenging in België sterk ten koste van de Vlaamse natie. Al in 1840 eisten de Vlamingen linguïstische rechten en verzetten zij zich tegen de assimilatie door de Franstaligen. De Vlaamse arbeiders en boeren werden aan zowel een economische als nationale onderdrukking onderworpen en bevonden zich onderaan de sociale ladder. Pas na 1870 kregen de Vlamingen langzaam maar zeker formele erkenning voor hun linguïstische rechten binnen het onderwijs en juridische domein: een Nederlandse versie van de grondwet werd echter pas in 1967 erkend. Na de Tweede Wereldoorlog begon de situatie tussen de twee naties te veranderen. Vanaf de jaren '50 begon een aanzienlijk kapitaal zuid voor noord te verruilen en tanende Waalse industrieën verhuisden naar Vlaanderen. De ineenstorting van de mijn- en zware industrie in Wallonië leidde als gevolg van een opkomende olie industrie tot een herlocatie naar de havens van Antwerpen en de rest van de Vlaamse kust.

De historische ontwikkelingen van het nationale vraagstuk in België laten zien dat de 'eenheid' volkomen kunstmatig is. Het was immers nooit gebaseerd op de vrije keuze van de naties die er deel van uit maken. De dynamiek tussen de grote Europese machten van die tijd leidde in 1830 tot een Francofone bourgeois overname van de macht, wat vanaf het begin elke vrijwillige samenwerking tussen deze twee naties uitsloot. Vandaag de dag is Vlaanderen danwel in een betere economische positie dan Wallonië, maar het kader van België is feitelijk onderdrukkend voor beide naties. Zij hebben immers geen van beide volledige zelfbeschikking. Als gevolg van de economische vooruitgang van de Vlamingen, hebben zij een beleid van linguïstische en culturele 'autonomie' weten af te dwingen. Tot op zekere hoogte zien Vlamingen en Walen elkaar als vreemdelingen binnen dezelfde staat. Het antwoord hierop is simpel: scheid van elkaar af!


België barst: Vlaamse en Waalse nationale vlag.


De invloed van Groot-Brittannië en in mindere mate Frankrijk bij de totstandkoming van dit land, wordt duidelijk door het soort constitutionele monarchie dat het heeft. De Britten kozen een afstammeling van de kroon, Leopold van Saksen-Coburg, die voor zijn tweede huwelijk de dochter van de Koning van Frankrijk trouwde, Louise-Marie. Deze monarchie is niet enkel een verzamelpunt voor de reactionaire krachten, maar ook een van de belangrijkste pilaren die op kunstmatige wijze de Belgische 'eenheid' probeert te bewaren. Met de scheiding van België moet ook dit relikwie van het feodalisme omver geworpen worden: Weg met de monarchie!

Brussel is een Franstalige enclave op Vlaams grondgebied. Toen België werd gevormd was de meerderheid in de stad Nederlandstalig. De verfransing is het resultaat van de assimilatiepolitiek van de Francofone bourgeoisie. Vandaag de dag zijn de Nederlandstaligen een kleine minderheid in de stad. Een ander groot deel van de stad bestaat uit immigranten of werkt voor de Europese Unie. Feit is dat Brussel en omstreken inmiddels hun eigen regionale regering hebben en een populatie behelst die anders is dan in de rest van Vlaanderen. Het is moeilijk te voorspellen wat er met Brussel gaat gebeuren als het land uiteenvalt. Echter, de bevolking moet volledig vrij zijn om te kiezen wat er met de regio moet gebeuren.

Het nationale vraagstuk in België en het lot van Brussel hangen sterk samen met dat van de imperialistische instituties daar. Zowel de NAVO als de Europese Commissie hebben hun hoofdkwartier in Brussel gevestigd en de imperialisten zijn angstig voor de instabiliteit die het uiteen vallen van België zou creëren. Met name de EU speelt een leidende rol in het in stand houden van nationale onderdrukking binnen haar lidstaten. Immers de onafhankelijkheid van Catalonië, Baskenland, Schotland, Wallonië en/of Vlaanderen zou een uitdaging zijn voor het voortbestaan van de EU. De grenzen van de lidstaten zouden hertrokken moeten worden. Dus zeker in het geval van België zou het erg onwaarschijnlijk zijn dat een dergelijke beweging voor nationale onafhankelijkheid los zou staan van een beweging tegen de EU zelf. Daarom: Vlaanderen en Wallonië uit de Europese Unie! De Europese Unie uit Brussel!


zondag 17 september 2017

12-09-2017: Macron versus de Straat: Nieuw Protest tegen de 'Loi Travail'

De verkiezingsoverwinning van Macron (die met een nipte meerderheid gehaald werd), was een opsteker voor de voorvechters van de Europese Unie. Hoe blij waren Merkel en de beurzen niet dat hij met zijn pro-Europa koers gewonnen had van mevr. Le Pen en haar anti-EU koers? Eindelijk kan Macron "het stugge" Frankrijk nu toch echt economisch gaan hervormen.

Macron mag dan wel beweren dat zijn politieke koers zo "complex" is, dat "het gewone volk" zijn beleid niet begrijpt, maar voor de gemiddelde arbeider is er helemaal niets "complex" aan Macron zijn beleid: Dit is gewoon een voortzetting het ouderwetse liberaal kapitalisme in zijn puurste vorm. Weg met de sociale staat, werkzekerheid en schaf de ontslagbescherming maar af! is de slogan van het kapitalisme van deze nieuwe 'Zonnekoning'.

Macron zijn hervormingen bestaan o.a. uit het verminderen van de ontslagvergoeding, een versoepeling van de ontslagwetgeving (‘hire and fire’), het afschaffen (dus verlengen) van de 35-urige werkweek, afschaffing van de overwerkvergoedingen voor de vrijdagavond en de zondag, de privatisering van de staatsspoorwegmaatschappij (om deze te laten concurreren met 'goedkoper busvervoer') en zijn kers op de taart: het uitschakelen van de militante vakbonden. Dit door de CAO's en arbeidsvoorwaarden zoveel mogelijk per individueel bedrijf te laten afsluiten i.p.v. per sector. Door het aantal stemmen voor degelijke afspraken te verlagen, kan hij via die weg meer stemmen geven aan de "gematigde" en gele bonden (= pro-ondernemingsbonden, zoals de CFDT). (Om maar te zwijgen van Macron zijn poging [geheel zoals een ‘goed Napoleon’ betaamd] om de nu heersende noodtoestand, onderdeel te laten worden van het gewone recht. Iets wat een gigantische slag tegen elke revolutionair activist zal betekenen). 

Op 12 sept. jl. hield de strijdbaarste vakbond van Frankrijk, de CGT (zo “radicaal” als de Franse wet het toelaat), tezamen met andere bonden zoals Solidares, haar eerste krachtmeting met Macron. Veel andere vakbondsbureaucraten hebben hun vrede met Macron echter allang gesloten. Dit weerhield de basis van die bonden, zoals die van de Force Ouvrère, er echter niet van, om deze betoging massaal te ondersteunen. In Parijs demonstreerde meer dan 60.000 deelnemers. Ook lukte het om een wegblokkade op te werpen tussen Rijssel (Lille) en Parijs, welke leidde tot aanzienlijke vertraging van het goederenvervoer over de weg.

Naast deze stakingen en betogingen, wist het “Zwart blok" (± 500 man/vrouw) dat op kop liep, goed verzet te bieden tegen Macron zijn ordetroepen. De boodschap op deze doordeweekse dag was duidelijk: Macrons ‘Loi Travail' zal niet zonder slag of stoot kunnen worden doorgevoerd. De klassenconfrontatie tussen arbeid en kapitaal is een nieuwe verhevigde fase ingegaan. Ronde twee staat gepland op 21 sept. a.s. 

Hieronder een korte fotoreportage van enkele waarnemers van de ACN/AKN, die voor de gelegenheid naar Parijs waren afgereisd:










donderdag 7 september 2017

Nieuw Rechts: De Vijfde Colonne van het Zionisme


In oktober 2010 bezocht de Nederlandse rechtspopulist Geert Wilders de Duitse hoofdstad Berlijn. Als een van de prominente vertegenwoordigers van 'nieuw rechts' binnen Europa, was hij daar om zijn Duitse kameraden van de politieke partij Die Freiheit te ondersteunen. Die Freiheit werd opgericht door de voormalig Berlijnse CDU-politicus René Stadtkewitz. Deze nieuw rechtse partijen grijpen de groeiende onvrede in Europa, die voortkomt uit de imperialistische ontwikkelingen, aan om zich voor te doen als anti-imperialisten en als zogenaamde vertegenwoordigers van sociale thema's. Kijkt men echter wat verder en beter, dan blijken we al gauw met een zeer spectaculaire en verfijnde vorm van misleiding van doen te hebben: een rechtse politieke stroming die voorheen tot de oppositie behoorde, maar nu doelgericht probeert om het volk warm te maken voor de agenda van het NAVO-imperialisme.


Geert Wilders en René Stadtkewitz op het oprichtingscongres van 'Die Freiheit' 


Tijdens de toespraak die Geert Wilders in Berlijn hield, liet hij zijn ware imperialistische aard zien: „Zij (links in het algemeen – red.) die beweren dat het Westerse “imperialisme” een evenzo groot kwaad is als dat het Sovjet-imperialisme was; en nu zelfs stellen dat het Westerse “imperialisme” evenzo erg is als het islamitische terrorisme (…) In mijn toespraak bij Ground Zero in New York op 11 sept., heb ik gezegd dat wij tegen de verdeeldheid van het Westen – dat is Amerika – zijn door schuldverwijten aan ons adres door islamitische retoriek. Wij moeten de eenheid prijzen. De Westerse maatschappijen zijn nu eenmaal de meest vrije en meest bloeiende op deze wereld (…) Daarom kunnen wij van Amerika, de meest vrije natie ter wereld, nog veel leren. (…) Het ligt in jullie (de Europese) verantwoordelijkheid om aan de kant van diegenen te staan, die door de islam bedreigd worden – zoals de staat Israël en haar Joodse bevolking”. Deze uitspraken representeren de ideologie en demagogie van het NAVO-imperialisme in haar meest zuivere vorm!

Door ons te verdiepen in hun uitspraken weten we al snel waarmee we daadwerkelijk van doen hebben bij deze rechts-populisten. Zo weet Wilders bijvoorbeeld keer op keer het Jodendom en het Zionisme - twee concepten die zichzelf beiden categorisch uitsluiten - op één hoop te gooien. Dat Geert Wilders en René Stadtkewitz niet de enigen binnen het rechtse spectrum zijn die er zulke ideeën op na houden werd duidelijk in december 2010, toen in de door de Zionisten bezette Palestijnse hoofdstad Jeruzalem een quasi-officiële verklaring verscheen. In de zogeheten “Jeruzalem Verklaring” namen de ondertekenaars o.a. de volgende stellingen in:

= ,,Nadat de totalitaire systemen van de 20e eeuw overwonnen waren, heeft de mensheid nu weer te maken met een nieuwe wereldwijde totalitaire bedreiging: de fundamentalistische islam”. Hier wordt niet de imperialistische ontwikkeling van de kapitalistische “globalisering” als de “totalitaire bedreiging” gekenmerkt, maar enkel de Islam als religie. Waarin dan het onderscheidt tussen de religie van de zogenaamde “fundamentalistische islam" en de verschillende uitdrukkingen ervan wordt gemaakt, wordt verder nooit uitgelegd.

= „Daarmee staan wij in de frontlinie voor de Westerse democratische-waardengemeenschap”. Dus: Strijd der beschavingen (Clash of Civilizations - Huntington) i.p.v. strijd om sociale en culturele bevrijding.

= „Wij keuren elke vorm van fundamentalisme af, in wat voor religieuze of politieke beweging dan ook”. Klinkt wellicht goed op het eerste gezicht. Echter, wat gelijk opvalt, is dat de fascistische ideologie van het Zionisme volkomen vrijgesteld blijft van deze “afkeuring”.

= „Israël als de enige democratie in het Midden-Oosten, is ons belangrijkste aanspreekpunt tegen deze oprukkende totalitaire wereldreligie”. Hier hoeft men eigenlijk niet meer verder te lezen. Uitgerekend Israël een democratie noemen is je reinste onzin. Hiermee wordt niet alleen de eigenlijke boodschap van deze verklaring duidelijk, maar ook de aard van het politieke project dat erachter steekt. In een democratie worden vrije en algemene verkiezingen gehouden – die er in Israël niet zijn, want daar worden miljoenen mensen van de zogenaamde “verkiezingen” uitgesloten. Om maar over de vele bloedbaden en oorlogsmisdaden te zwijgen…

= „Wij erkennen het bestaansrecht van de staat Israël binnen het kader van de volksrechtelijke grenzen. Evenals het recht van Israël op zelfverdediging tegen alle agressoren, in het bijzonder tegen islamitische terreur.” Of om George Orwell te citeren: „Oorlog is vrede!”. Niet het door Amerika ondersteunde Zionisme, dat een oorlog voert tegen de inheemse bevolking van Palestina en etnische zuiveringen nastreeft, zou hier de agressor zijn, maar de Palestijnen die geheel volgens het volkerenrecht hun vaderland hiertegen verdedigen.

= ,,De hier uitgewerkte beginselen van deze politieke lijn is voor ons onveranderlijk en valt verder niet over te discussiëren”. Nou, goed om te weten.

Deze “Jeruzalem Verklaring” werd ondertekend door o.a. de volgende politieke partijen:

= Die Freiheit, BRD
= Pro-NRW, BRD
= FPÖ, Oostenrijk
= Zwedendemocraten, Zweden
= Vlaams Belang, België (Vlaanderen)


Van links naar rechts: Heinz-Christian Strache (FPÖ), Filip Dewinter (Vlaams Belang), René Stadtkewitz (Die Frieheit) - Jeruzalem, Palestina 7 dec. 2010


Deze ontwikkeling is opmerkelijk in meerdere opzichten: Hier wordt dezelfde retoriek herhaald die de geheime diensten en desinformanten van het NAVO-imperialisme al sinds enige jaren en met een zeker succes binnen de linkse beweging proberen te introduceren. Pro-imperialisten en pro-zionisten worden binnen verschillende politieke organisaties ondersteund, naar voren geschoven en/of via zelfverzonnen projecten en partijen een geheel nieuw leven ingeblazen door de geheime diensten. In het bijzonder was dit het geval bij de vermeende (anti-Duitse) “Antifa”-groepen, waar imperialistische desinformanten en demagogen er niet voor terug deinsden om antifascistische referentiekaders te misbruiken om een Zionistische agenda door te voeren. Natuurlijk zijn ook binnen de SED/PDS/Linke allerhande Zionisten in leidinggevende posities terug te vinden. Deze nieuwe vorm van het imperialistische offensief doelt er op, middels nieuw rechtse partijen nu ook potentiële partijleden en stemmers uit het rechtse nationale kamp weer terug naar de NAVO-linie te leiden.


Antideutsche Antifa: Ook binnen de linkse en antifascistische scene zijn zionistische proxies een beproefd middel om activisten warm te maken voor de imperialistische agenda 


Binnen de misleidende logica van de imperialistische oligarchie en imperialistisch rechts (= de burgerlijke partijen van de NAVO/ het imperialisme), is niet het kapitalisme verantwoordelijk voor de oorzaken van de internationale ontwikkelingen met al haar vernietigende gevolgen voor mens, natuur en de wereldvrede, maar juist de "duistere krachten van de islam". Dit voorbeeld van zondebokpolitiek is een veel gezien fenomeen in de geschiedenis. Een centraal probleem binnen de Europese samenlevingen is die van de geforceerde vervreemding. Er moet echter begrepen worden dat niet de islam de wortels van dit probleem vormen, maar dat het juist een belangrijk deel van de imperialistische strategie is, om zo de desintegratie van klassieke culturele naties te realiseren ten gunste van het globalisme. Daarbij gaat het dus niet om de afkomst of de religie van de aangewezen groepen, maar om de imperialistische agenda. In zoverre gaan dus de islamdebatten, evenals de debatten over integratie problematiek, om je reinste afleidingsmanoeuvres. Het zal men worst wezen, hoe andere culturen hun religievraagstuk oplossen. Even zozeer is integratie niet het hoofdprobleem – dat is zij wellicht in een enkel geval, maar dat is zeker niet het structurele probleem waarmee wij hier te maken hebben.

Wat de mensen daadwerkelijk verontrust, is de massa-immigratie, de “culturele vervreemding” die deze met zich mee brengt en de invloed ervan op de demografische ontwikkeling binnen de eigen cultuur en leefruimte. De door het imperialisme vooraf opgezette ontwikkelingen, die het negeren van het zelfbeschikkingsrecht en de soevereiniteit tot doel hebben, worden in toenemende mate gerealiseerd achter de rug van de burger om. Immigranten worden daarbij slechts gebruikt als schaakstukken op het bordspel van de imperialisten. Het imperialisme, oftewel het internationale georganiseerde kapitaal, bedrijft met haar imperialistische politiek van immigratiestromen eigenlijk twee wezenlijke doelstellingen: Enerzijds zullen de immigranten dienen als goedkope arbeidskrachten, die voorheen alleen maar in verre regio's - en daarmee alleen tegen hogere onkosten - konden worden uitgebuit. Tegelijkertijd worden hierdoor hogere lonen gedrukt en CAO’s ontweken. Deze imperialistische strategie is ook met socialistisch- en vakbondsverzet – door bijv. de eis van een wettelijk minimumloon – moeilijk tegen te gaan, omdat het overgrote deel van deze vreemdelingen in de schaduweconomie belanden en dus de officiële rechtsnormen ontlopen.



PVV leider Geert Wilders spreekt Pegida toe - De straatactivisten van Nieuw Rechts 


Als gevolg van deze immigratiestromen wordt een immense druk uitgeoefend op de bestaande nationale en culturele structuren. Het culturele zelfbeschikkingsrecht van de Europese volkeren wordt rechtstreeks ter discussie gesteld. Wanneer deze immigratiepolitiek - die door de mainstream partijen van het imperialisme bedreven wordt - zal escaleren, zullen enkel diegenen die zich bezig hielden met de strategieën van het imperialisme zich staande kunnen houden. Immers vormen natiestaten en culturele structuren hindernissen voor het imperialisme, in haar streven om de globale markt en haar geopolitieke machtsstructuren door te voeren de realisering van het ‘One World Capitalism”onder imperialistische dictatuur. In deze context is de ‘Nieuwe Wereld Orde’ voor het imperialisme van groot nut, waarbij alle bestaande nationale structuren – rechtsnormen, economie, cultuur evenals territoriale integriteit – verzwakt worden en het kan bijdragen aan hun desintegratie. Daarbij voert imperialistisch rechts hun klassenstrijd steeds op economisch, rechtsvormelijk als wel cultureel niveau, waarbij zowel de inheemse bevolking als de migranten het slachtoffer ervan worden.

Deze globalistische achtergrond wordt in het actuele debat door de burgerlijke imperialistische mainstream niet gethematiseerd. Men is er op gericht om schijn- en afleidingsdebatten te voeren. Ondanks het falen van de Multiculti, willen vele burgerlijke partijen deze nu met bijvoorbeeld nog meer immigratie bestrijden – “Progressieve”-strategen doen al een twijfelachtige poging. Terwijl de problemen van de gewone burger zich steeds verder opstapelen en de elites zich steeds meer van de dagelijkse realiteit vervreemden, neemt de sociale onrust en de bezorgdheid onder grote delen van het volk steeds verder toe. Het door het imperialisme in werking gezette proces van culturele desintegratie wordt steeds meer als een reële bedreiging ervaren. Het verzet hiertegen neemt de vorm aan van een groeiend zelfbewustzijn vóór cultureel en nationaal zelfbeschikkingsrecht. De imperialistische strategen en desinformanten hebben er dan ook een uitermate groot belang bij, om hun eigen rol hierin te verdoezelen en het verzet te richten tegen mensen uit andere culturen of met een "vreemde" religie. Dat is de reden dat een aanzienlijk deel van deze imperialistische desinformanten het nieuw rechts in leven hebben geroepen, waarmee ze proberen om een cultuurstrijd te instigeren als afleiding voor hun eigen agenda.




Als anti-imperialisten erkennen wij dat de problematiek van de vervreemding slechts één aspect is van de imperialistische ontwikkelingen - namelijk dat van de kapitalistische "globalisering". Al deze verschillende vraagstukken staan in verband met elkaar. Voegen wij de sociale, culturele en volksrechtelijke aspecten samen, dan ontstaat er een algemeen beeld en wordt er een inherente logica duidelijk. Het nationaal revolutionaire discours heeft als opdracht een alomvattende kritiek te formuleren en deze in rationele banen te leiden. Deze kritiek zal concrete antwoorden moeten bevatten. Daarom moeten wij dit "nieuw rechts" ontmaskeren als datgene wat ze daadwerkelijk is: namelijk een vijfde colonne van het imperialisme en het Zionisme! 


maandag 28 augustus 2017

Ernst von Salomon - Revolutionair, Conservatief en Minnaar


In 'Die Geächteten' (1930) vertelt Ernst von Salomon over zijn dwaze politieke avonturen van vlak na de Grote Oorlog. Zijn literaire persona werd emblematisch voor de Duitse Conservatieve Revolutie en zijn werk werd een profetie voor de verloren generaties. Zijn les: nihilisme kan worden veroverd door een passie die sterker is dan de kwellingen van de geschiedenis. De bandiet (Geächteter) vindt daarom zijn verlossing in de krijgservaring die de verheffing van de geest voor gaat.

'Die Geächteten' wordt geopend met een citaat van Franz Schauweker: "In leven moeten bloed en kennis het eens worden. Dan stijgt de geest." Dat is zo'n beetje de gehele les van dit werk, dat kennis en beleving tegenover elkaar zet en concludeert dat deze twee tegenstellingen elkaar onvermijdelijk aan trekken. Dan wordt er een vraag gesteld: moeten deze twee aantrekkingskrachten elkaar laten raken en vernietigen, samen met diegene die hen ondergaat: of moet de spanning worden opgelost met creatie en gedachten.

Een minnaar verontrust door een Duitsland dat aan flarden is gescheurd, geschonken door de geschiedenis in de schaduw van de Eerste Wereldoorlog, waar hij te jong voor was om er aan deel te nemen. Ernst von Salomon belichaamde de Revolutionair-Conservatieve passie in actie toen hij besloot om zich bij de Vrijkorpsen aan te sluiten om de strijd door te zetten. Echter, waar Dominique Venner dit mythische epos als een nihilistisch avontuur kon omschrijven, was de irrationele koppigheid van Salomon een authentieke queeste naar betekenis. Een queeste die hij tijdens zijn gehele zoektocht als krijger en militant zou nastreven. Ondanks de wanorde en het gebrek aan een doel waar veel heethoofden aan lijken te lijden, heeft de afvaller Salomon altijd het instinct uitgedragen om een gekoesterde natie her te veroveren.


De Onrustige Revolutionair

Ernst von Salomon was net 16 jaar oud toen de wapenstilstand op 11 november, 1918 werd getekend: een tijd van vlijmscherpe dwaasheden, ideeën en passies welke berusting tegen hielden. Als verwarring het eerste gevoel is dat hij bekent in zijn boek, volgt al snel de hoop. Het is de permanente spanning tussen deze twee tegengestelde neigingen, die de meedogenloze strijd tussen rede en leven creëren. Het leven van de auteur lijkt in het begin van zijn werk slechts het nastreven van zijn ideaal te ondersteunen. Een ideaal dat hij ongetwijfeld al als een fata morgana zag, maar weigerde op te geven. Dus geeft hij toe: "We zijn klaar om te handelen vanuit de impuls van enkel onze gevoelens; en het maakte niet uit of we de rechtschapenheid van onze daden kunnen aantonen. Het vervullen van de daad is wat van belang is deze dagen." Het is geen rede, het zijn geen ideeën die de minnaar die verliefd is op Duitsland drijven, bezorgd vanwege een vernederende vrede. Nee, het is een oncontroleerbare woede. Dus komt het revolutionaire instinct naar boven, het fundamenteel destructieve instinct wiens enige objectief het is om de bestaande orde omver te werpen, inclusief de interne, spirituele en morele orde van diegene die erdoor geleid wordt. Hij daagt de wereld uit, door zichzelf uit te dagen, hij test zichzelf voordat hij doet alsof hij het weet.

Boven alles verscheen beweging, actie vanuit iedere hoek, als de enige weg naar verlossing. De enige overtuiging van deze gefrustreerde generatie was dat er niets goeds kon voortkomen uit het tijdperk van het parlementarisme en de heersende burgerij. Misschien begrijpt hij dit nog niet, maar wat ertoe doet, is de strijd tegen de immobiliteit van het systematische denken, of deze nu liberaal of marxistisch is. En, als we het over verlossing hebben, dan betekent dat niet enkel de collectieve verlossing via de restauratie van de Duitse grootsheid. Oorlog, dan een nederlaag en de voorwaarden voor vrede hebben het individu evengoed vernietigd. Dus beweging is de voorwaarde voor het overleven van eenieder, een vitale poging om betekenis hier uit te vinden: "In de aanval hopen we bevrijding te vinden, de opperste verheffing van onze krachten. We hopen sterk te zijn in de overtuiging om klaar te zijn voor ons lot, we hopen de echte waarden van de wereld in ons te voelen. In maart, gevoed door geen andere verwezenlijkingen dan die voor ons land waardig zouden zijn." Regels die aansluiten bij "De strijd als innerlijke ervaring" van Ernst Jünger en die de wraakzuchtige geest laten zien die de krijger in plaats van de soldaat, motiveerde en vormde, vrije mannen in plaats van vervangbare delen.

Het is de uiting van een ongeduldige dwaasheid, de dwaasheid van een minnaar. Het afwijzen van immobiliteit, onophoudelijk zichzelf in gevaar brengent als die aan zichzelf twijfelt, is het teken dat de nationale revolutie de platonische liefde van een idee afwijst. Omdat de geliefde natie is verloren, moet het heroverd worden, door in plaats van grenzen te verleiden, deze te bezetten. Toch zal er een moment komen dat de actie niet langer de hoop kan voeden. Verheven geweld kan zowel diegene die het ondergaat als diegene die het uitvoert vernietigen. De auteur bekent: "We hebben een vuur ontstoken dat niet enkel levenloze objecten verbrand, maar ook onze hoop, onze aspiraties, evenals de wetten van de bourgeoisie, de waarden van de beschaafde wereld. Het verbrandt alles, de laatste overblijfselen van de woordenschat en het geloof in de dingen en ideeën van deze tijd, al deze stoffige troep die nog steeds in onze harten schuil gaat." Het ideaal vernietigt, de idealist neigt naar het nihilisme. Het lot is steeds meer duidelijk en dwingt de krijger om zijn aspiraties steeds opnieuw te overwegen of er aan te sterven omdat hij alles wat in zijn hart verbleef heeft opgebruikt. Om te overleven, is het nodig om een nieuw ideaal te projecteren, om een alternatief te snijden uit de gescheurde vaandel die men zwaait zonder er in te geloven. Beweging wordt een lege huls die enkel eist om gevuld te worden door de geest, beleving is nutteloos zonder kennis. Het is niet langer een vraag van bewegen om te overleven, maar om te weten hoe men beweegt en naar welk doel. Dan zal de revolutionaire passie zich herinneren dat deze werd geboren uit reactie en een gedurfd conservatief doel voor te stellen.


Intellect en Geweld: De Uitstorting van de Geest

De permanente wirwar van individuele en collectieve overwegingen in zijn werk creëren een perfect psychologisch portret van de revolutionair; de militant in strikte betekenis van het woord. Echter binnen de politieke strijd van het naoorlogse tijdperk, laat de jonge Ernst von Salomon zichzelf eerder kennen als intellectueel evenals gewelddadig, dan de brenger van een idee. Vanaf het begin was de politieke wil van de auteur en zijn verwezenlijkingen op zijn best een zoektocht, meer dan een echte aanvechting, een wil om referentiekaders te vinden in de mist van de omringende crisis. Echter als simpele reflectie niet aan het begin stond van deze zoektocht, is het een teken dat het Duitse ideaal van de komende Conservatieve Revolutie niet slechts filosofisch was. Het was meer allesomvattend, meer totaal: het was een wereldbeschouwing (Weltanschauung), die zeker gevuld was met filosofie en gestuurd door intellect, maar ook concreet beleefd moest worden, visceraal (emotioneel). Deze wereldbeschouwing voedde de wil net zoveel als de gedachten en drukte zich sentimenteel uit in lyrische, droomachtige, suggestieve of allegorische termen die het jargon en de rationalistische concepten uit daagden. De emblematische stijl van de Duitse Conservatieve Revolutie die we terug vinden in het proza van Ernst Jünger of Carl Schmitt willen suggereren, raken en projecteren, in plaats van simpel te onthullen. De bandiet die Salomon belichaamt is niet de man van de tekenkamer. Met hem komt beleving voor kennis. De jonge man zijn gevoelens gaan zijn intellectuele formatie en metapolitieke bewustzijn voor. Het is enkel door zijn geschriften dat hij de waarheid van eeuwige waarden zoekt, in de extremen van de levende ervaring, om deze belevenis te vertalen in kennis. Dus het werk krijgt zijn betekenis om deze tot een nieuw niveau te tillen, om het te verheffen tot een instrument dat voor allen toegankelijk is.

Hier vind men de prachtige expressie van de paradox binnen het Revolutionair Conservatieve denken, modern onder de anti-modernen, omdat het voorstelt de moderniteit tegen zichzelf te keren. Echter ook, en juist omdat het de prioriteit geeft aan actie, de drijvende impulsen die voort komen uit het domein van het bewustzijn en niet dat van ideeën. Wat niet beleeft wordt is de burgerlijke dubbelzinnigheid, zoals een van Salomon zijn kameraden zegt over een boek van Walter Rathenau - vermoord met de medeplichtigheid van de auteur door organisationele consul - 'De komende dagen', met een duidelijke reactie: "Zoveel vonken, zo weinig dynamiet." Salomon zelf geeft toe kapot te zijn, wanneer hij zweert dat de overwegingen van de hoge politiek, het vrijkorps tot nuttige idioten in dienst van buitenlandse belangen hebben gemaakt. De wil om te handelen tegen alles en iedereen in een permanente lange stormloop lijkt enkel diegenen te sparen die, zoals von Salomon, in staat zijn actie in gedachten te destilleren en er een beetje waarheid uit te extraheren, die een wereldbeeld verduidelijken en een doel voorstelt. Revolutionaire dwaasheid, de irrationele en anarchistische impuls, gekanaliseerd en gematigd door conservatief instinct, vraagt om een veel grotere wijsheid en een onontbeerlijke inspanning van conceptualisatie.

Salomon zou zijn evenwicht echter nooit vinden, hoewel hij de intuïtie had tot zijn bevrijding uit de gevangenis. Nog te gewillig, te extreem in zijn wil om tegen elke prijs te handelen, tot de misdaad, tot de verdoemenis waarvoor hij niet bang leek te zijn. De bandieten waren bannelingen die door de klappen van de geschiedenis in de armen van de duivel gegooid werden. Uitsluiting zal de zwaksten vernietigen en de anderen in een belegerde citadel versterken. Vlak voor zijn dood en meer dan 40 jaar na de publicatie van 'Die Geächteten', biechtte hij op dat tijdens zijn tweede gevangenschap hij daadwerkelijk vraagtekens zette bij de betekenis van zijn acties. Daarna omarmde hij de Conservatieve Revolutionaire beweging volkomen, door de initiatie van de "revolutie van de geest", die hij al eerder genoemd en gepresenteerd had in zijn werk in een embryonale vorm. Namelijk de taak van het herdefiniëren van concepten, zoals de Franse encyclopedieën van de 18de eeuw, de veronderstelde voorlopers van de Franse Revolutie waren. Als de spanning tussen kennis en beleving fundamenteel onoverkomelijk was, zou de geschiedenis haar taak confronteren met deze kennis en de beleving van politiek. Het zou wegkwijnen door de ideologische en politieke afwijking van het Nationaal-Socialisme.


Met dank aan het NR Institute.


Ernst von Salomon

vrijdag 21 juli 2017

De G20 in Hamburg: Welcome to Hell!


Menigeen was verbaasd door het hevige verzet tegen de G20 in Hamburg en het heeft dan ook tot de nodige debatten geleid binnen antikapitalistische kringen. In de aanloop van de G20 brulde de systeemmedia al moord en brand over de komst van meer dan 150.000 demonstranten, waarvan er volgens schattingen van de smeris ongeveer 8000 tot geweld bereid zouden zijn. Enkele waarnemers van het ACN/AKN reisden af naar Hamburg en doen verslag.

De dag voor aanvang van de G20 top lichtte politie-commissaris Hartmut Dudde* zijn manschappen al in dat er een koerswijziging plaats zou vinden: de smeris zou een harde, repressieve lijn gaan volgen. Van enige de-escaleringsstrategie was geen enkele sprake. Dudde koos er op voorhand doelbewust voor om de confrontatie met de demonstranten op te zoeken.


Hoewel de eerste protesten tegen de G20 aanvankelijk nog vreedzaam verliepen, escaleerde het donderdagavond tijdens de "Welcome to Hell" demonstratie in Hamburger-Hafen. Volgens de systeemmedia zou de smeris de demonstratie ontbonden hebben, omdat enkele deelnemers weigerden om hun vermomming af te doen. In de praktijk kregen de 12.000 demonstranten geenszins de tijd om te voldoen aan de eisen van de smeris. Per direct ging de smeris de confrontatie aan. De demonstranten werden geprovoceerd en aangevallen in een poging om pakweg duizend autonomen te isoleren van de rest van het protest. Ondanks deze poging om de autonomen in te sluiten, wisten verschillende groepen activisten toch uit te breken en zichzelf te verspreiden in de wijk Sternschanzen. Daar mondde het uit in hevige en intensieve straatgevechten tussen autonomen en de smeris. Al snel ontaardde het in een waar slagveld; dure auto's moesten het ontgelden; veel rook in de straten en erboven door brandende objecten en barricades; robocops in de straten; excessief gebruik van geweld, traangas en waterkanonnen door de smeris. Een politiehelikopter werd in de ochtend zelfs bijna neergehaald met behulp van pyro's.


Door deze gewelddadige escalatie werd de stemming bepaald voor de hierop volgende dagen van protest. Ook vrijdag werd gekenmerkt door een ongekende repressie door de smeris. De wijk Sternschanzen werd hermetisch afgesloten, zwaar bewapende speciale eenheden (SEK) werden ingezet en extra versterkingen werden opgeroepen (ondanks de al 20.000 agenten (!) sterke troepenmacht). De wijk St. Pauli was nog wel enigszins toegankelijk en was het toneel van verschillende 'protest' feestjes, spontane demonstraties en korte kat-en-muis spelletjes met de smeris. Zaterdag zou het geheel afgesloten worden met een grote burgerlijke demonstratie, meer dan 200.000 mensen maakten hierbij een vuist tegen de G20. De demonstratie zelf verliep vreedzaam, maar eindigde wederom in verschillende provocaties van de kant van de smeris. Het intense verzet van de voorafgaande dagen bleef echter uit.



Het besluit van Bundeskanzler Merkel om de G20 top juist in het links-activistische bolwerk Hamburg te houden bleek een partijpolitiek spel. In een reactie op al het geweld riep de systeemmedia in koor dat "links" een verantwoording schuldig zou zijn voor de gebeurtenissen rond de G20. Vooral de reformistische en burgerlijke "linkse" partijen (SPD, Die Grünen en Die Linke) moesten het ontgelden. Alleen 'Die Linke' durfde zich aanvankelijk nog uit te laten over het buitensporige politiegeweld, maar trok deze verklaring al snel in om zich aan te sluiten bij de rest van de bourgeoisie. In Nederland zagen we een vergelijkbare reactie bij de reformisten van de SP, waarbij Emile Roemer met klem het geweld rond de G20 veroordeelde (over het geweld van de smeris bleef hij echter opmerkelijk stil).


Ook binnen de radicaal-linkse scene was er de nodige discussie over het geweld rond de G20 protesten. Sommigen omarmden de rellen en wilden de spontaniteit van de acties niet in diskrediet brengen. Anderen veroordeelde de vermeende 'zinloze rellen' en het 'a-politieke geweld'. Andreas Blechsmidt – woordvoerder van de Rote Flora – wees (terecht) met de vinger naar het politieoptreden van donderdag. Niet het Zwart Blok, maar de smeris was schuldig aan het buitensporige geweld. Toch distantieerde hij zich met klem van de vernielingen in het Schanzenviertel. Een logische verklaring, aangezien de Rote Flora afhankelijk is van een goede relatie met de wijk, die grotendeels de rugdekking vormt voor haar activiteiten daar. Opmerkelijk genoeg kreeg Blechsmidt bij deze verklaring veel bijval van de systeempers (en een groep lokale ondernemingen): Hoogstwaarschijnlijk moest dit het werk van Zuid-Europeanen zijn (de vele Griekse, Italiaanse, Spaanse en Franse demonstranten), die niet bekend waren met de verhoudingen in de wijk. Ook aannemelijk is dat ze gewoon simpelweg alles wat Duits was, als een legitiem doelwit zagen (het Duitse imperialisme is immers grotendeels verantwoordelijk voor de economische uitholling van de zwakkere economieën in Zuid-Europa, wat natuurlijk veel kwaad bloed heeft gezet).



Ook binnen de nationale scene lokte de gebeurtenissen in Hamburg de nodige reacties uit. Een aanzienlijk deel hiervan toonde zich weer eens van hun meest aartsreactionaire kant: "Hamburg zou zijn gegijzeld door georganiseerde anarchistische terroristen!" De hooligans van HoGeSa riepen op "om de controle over de stad terug te nemen!" - een verkapte oproep om samen met de smeris anti-G20 demonstranten aan te vallen. De gebruikelijke rechtse elementen stonden weer vooraan om met het wolvengejank van de bourgeoisie mee te huilen en veroordeelden "de relschoppers die het privaateigendom van de arbeidersklasse [oh ???]" zouden slopen. Het Nederlandse ACN/AKN collectief neemt bij deze nadrukkelijk afstand van dit soort reactionaire elementen (ook binnen het internationale ACN/AKN-verband!). De doelgerichte acties tegen de G20, tegen haar infrastructuur en haar beveiliging (de smeris), zouden nooit mogelijk zijn geweest zonder de spontane 'rellen' en tijdelijke rebellie die in Hamburg was ontstaan. Als zodanig heeft het geen enkel nut om hier een of andere ethische filosofie aan te verbinden, laat staan om kritiekloos de systeemmedia en de bourgeoisie na te praten!




LAAT DE REACTIONAIRE HONDEN MAAR BLAFFEN! 

DE REVOLUTIONAIRE KARAVAAN TREKT VOORT!


HAMBURG: >>KRIEG BEGINT HIER!<< - "HURRA! EURE WELT GEHT UNTER!”






Noot: * Hartmut Dudde heeft een lange staat van dienst als opperbevelhebber van politiegeweld. Op de avond van 21 december 2013 probeerde Dudde in Hamburg ook al een demonstratie van autonomen te blokkeren. Dit lukte na ongeveer 200 meter, echter de situatie escaleerde toen ook volledig. Stenen vlogen door de lucht en het waterkanon werd ingezet, met als gevolg honderden gewonden aan beide kanten. De systeemmedia omschreef het toen als een "publiek slagveld", een van de grootste confrontaties die Hamburg sinds lange tijd gezien had. Tot dagen na het incident moest de politie bepaalde stadsdelen tot “gevarengebied” verklaren. 

Hartmut Dudde - Opperbevelhebber van Politiegeweld

maandag 17 juli 2017

Over de Dadendrang: Ernst Jünger en de Autonomen



"Liever verbranden op de barricades van de revolutie, dan wegrotten op de mestvaalt van de democratie!"


De afgelopen gebeurtenissen rond de G20 in Hamburg zouden Ernst Jünger zeer hebben geïnteresseerd. Dappere krijgers die in het licht van brandende barricades, zonder angst de strijd aan gaan met de gevestigde orde. Tijdens de eerste wereldoorlog schreef de toen 27-jarige nationaal-revolutionair en Reichswehr officier Ernst Jünger een tekst in zijn dagboek, die - mits men zijn naam geheim zou houden - vandaag de dag op veel instemming zou kunnen rekenen onder de autonome strijders in het Schanzenviertel.

"Strijd als een innerlijke en aangrijpende beleving" heet het vlugschrift van deze anarch (die zichzelf echter geen anarchist wilde noemen, omdat dit begrip door links gekaapt was) van de Duitse literatuur. Hierin hekelt Jünger "de samenleving van de in de schoot geworpen cultuur, die door en door verdeeld is in haar bedrijvigheid en lust." Het is pas op de slagvelden van de eerste wereldoorlog dat Jünger de verlossing vindt en de dwangmatigheid van dit heersende systeem weet te overwinnen. Jünger schrijft; "Daar [op het slagveld] bevrijdt de mens zich in een orgie van extase, wanneer alles om hem heen vervalt."



Zijn streven is de herontdekking van het geweld, want elke aanval op de grondbeginselen van de burgerlijke cultuur, leidt tot een spontane uitbarsting van de wellust. Deze extase van geweld is in tegenstelling tot zijn andere werken, geen pleidooi voor een nieuwe orde of voor de militarisering van alle aspecten van het leven. Jünger zijn enige doel hier, is een hedonistische streven naar de ultieme vervulling van de geest; de strijd zelf als de meest intensieve uiting van het menselijke bestaan!

De link tussen Jünger zijn vlugschrift en de autonome "politiek van het individu" is snel gelegd. Niet het volk of de arbeider als sociale klasse is hier het uitgangspunt van het politieke handelen, maar de oriëntatie op het eigen belang en dat van de directe strijdmakkers. Ook met de verheerlijking van geweld en strijd hebben de autonomen meer met Jünger gemeen, dan dat ze in eerste instantie toe zullen willen geven. De bekende autonome leus "vrijheid is het korte moment tussen het gooien van de steen en de steen die zijn doel raakt" is in dit opzicht veelzeggend. Dit heeft verder niet zo zeer met een duidelijk uitgewerkte politiek of ideologie te maken. Een steenworp is geen middel om het systeem te overwinnen, maar een daad van kortstondige individuele bevrijding - met in het oog het feitelijke onvermogen om de heersende orde te doen vallen.


Reeds in de jaren '80 van de vorige eeuw, wees de sociaal-psycholoog Klaus Horn er al op dat in hoog ontwikkelde industriële samenlevingen openbaar geweld de illusie kan wekken dat de mens weer actief in de wereld komt te staan: het zorgt ervoor dat het individu van het passieve object van de verhoudingen, het actieve subject van de gebeurtenissen wordt. De duistere prognose van Horn wordt uitstekend geïllustreerd in de Amerikaanse film 'Fight Club'. "We zijn allen consumenten, we zijn allen afvalproducten van deze algemene lifestyle-obsessie", zegt Brad Pitt als Tyler Durden. Hij richt zich met deze zinnen op een door Edward Norton gespeelde naamloze protagonist. Durdens antwoord op dit troosteloze inzicht is een geheim genootschap van vervreemde mannen, die zich pas weer levend voelen wanneer ze elkaar schade toebrengen tijdens meedogenloze vechtpartijen in de kelder van een bar. In de loop van de film ontwikkeld zich uit deze Fight Club een gedisciplineerd en georganiseerd leger, dat de openbare orde begint aan te vallen – vervreemde personen in oorlogstoestand, die zelfs tot op de laatste seconde van de verlossing hun rol als rebel weerbaar vervullen.



In de pacifistische en conformistische maatschappij van vandaag de dag, wordt de hedonistische zelfverwezenlijking door middel van geweld weer tot het hoogste ideaal verheven. Jünger leert ons dat in het zinkend schip van het globalisme, het pacifisme zal verdwijnen. Junger betoogt dat passie, de irrationele en instinctieve kracht, onuitputtelijk blijkt, al is het maar af en toe. Zijn voorstelling van de strijd als meest intensieve en hoogste vorm van het bestaan, zal ons bevrijden uit de knechtende ketenen van de gevestigde orde!



zaterdag 8 juli 2017

G20: Heel Hamburg haat de smeris!


Een uitgebreid aktieverslag van de veldslag in de G20 vesting Hamburg zal binnenkort volgen...

Hier een eerste sfeerimpressie: 

zaterdag 10 juni 2017

Onafhankelijkheid voor Catalonië en Baskenland!


Afgelopen winter kwamen er 40.000 demonstranten naar de Spaanse stad Barcelona, om daar hun steun te betuigen aan Artur Mas, en twee medebeklaagden, die door het Spaanse Constitutionele Hof aangeklaagd werden omdat zij voor de onafhankelijkheid van Catalonië hadden gepleit. Deze dagen was de ‘Estelada’, de Catalaanse vlag, die door de conservatieve Spaanse regering van Mariano Rajoy verboden werd, overal te zien in het Catalaanse straatbeeld en op openbare gebouwen. De ‘Union of European Football Associations’ (UEFA) gaf zelfs een schandalige boete aan FC Barcelona omdat haar fans op de tribune met Estelades zwaaiden tijdens een wedstrijd. Madrid handen af van Mas en zijn medebeklaagden! Het zwaaien van de Estelada is geen misdaad!


De intensivering van de anti-Catalaanse repressie door de Spaanse staat, heeft in Catalonië tot massale protesten voor onafhankelijkheid geleid. In 2010 gingen al meer dan anderhalf miljoen mensen de straten op in het stadscentrum van Barcelona om te demonstreren tegen de aanpassing van enkele belangrijke wetsartikelen met betrekking tot de autonome status van Catalonië. Afgelopen september gingen in de regio wederom een miljoen demonstranten de straten vanwege de jaarlijkse viering van de ‘Diada’ (= de nationale dag van Catalonië).


Tachtig jaar geleden was Barcelona nog het centrum van de Spaanse revolutie en de burgeroorlog. De meidagen van 1937 vormden de climax na een decennium van revolutie en contra-revolutie, die begon met de val van de militaire dictatuur van Primo de Rivera in 1930, een jaar later de monarchie en eindigde met de vernietiging van de Republiek door Generaal Francisco Franco in 1939. De Catalaanse arbeiders vormden de voorhoede voor de strijd voor socialistische revolutie, maar het was vooral de decennialange repressie onder Franco die het nationale vraagstuk in zowel Catalonië als Baskenland naar de voorgrond schoof.


Ook vandaag de dag nog zijn de Catalanen en de Basken in strijd met de kapitalistische staat van Spanje, om hun nationale bevrijding te bevechten. Decennialang heeft de PP (Partido Popular) van Rajoy met de even chauvinistische sociaaldemocratische PSOE (Partido Socialista Obrero Español) samengewerkt, om Catalanen en Basken de kapitalistische heerschappij op te leggen. Momenteel is de PP onderdeel van een minderheidskabinet dat aan de macht is weten te blijven vanwege een overeenkomst tussen alle grote partijen om de minderheidsnaties Catalonië en Baskenland gedwongen binnen de Spaanse staatsgrenzen te houden. Dat is immers de fundamentele inhoud van de chauvinistische, antidemocratische Spaanse constitutie van 1978, welke een monarchie stichtte als Bonapartische opperheerser. De strijd voor de bevrijding van onderdrukte naties en nationale rechten is in het belang van het proletariaat! Elke slag tegen het chauvinisme van de Spaanse bourgeois staat, is in het voordeel van arbeiders overal!


De Catalaanse en Baskische naties lopen vanuit het noorden langs de grens met Frankrijk, waar ook de Franse staat hen onderdrukt en hun nationale rechten ontneemt. De drijvende kracht voor de beweging voor onafhankelijkheid komt voornamelijk vanuit het zuiden. Als de Basken en/of de Catalanen onafhankelijkheid van Spanje verkrijgen, is het erg aannemelijk dat hun buren aan de Franse zijde van de grens hen daarin zullen volgen. In elk geval verdedigen wij het recht op zelfbeschikking voor de Baskische en Catalaanse naties aan beide kanten van de grens.


Taal is een centraal element voor de nationale identiteit van de Catalanen en Basken. De chauvinistische Castiliaanse heersers hebben keer op keer geprobeerd om de Catalaanse en Baskische talen uit te roeien en het Spaans (Castellá), de taal van de onderdrukker, met geweld op te leggen. Van 1930 tot 1970 betekende de ongenadige repressie door Franco dat het spreken van je eigen taal in het openbaar je in de gevangenis kon laten belanden. Catalaanse schoolkinderen werden gedwongen Spaans te spreken. Alleen al het feit dat de Catalaanse en Baskische taal eeuwen van Castiliaanse overheersing doorstaan hebben, is het bewijs van het diepe verlangen van deze volkeren om als onafhankelijke autonome naties door te gaan.


De Spaanse Constitutie van 1978 legde de basis voor een zeer beperkt regionaal bestuur in Catalonië en Baskenland. Enkele jaren nadat Catalonië enkele autonome rechten van Madrid wist af te dwingen, begon het regionale bestuur het Catalaans als officiële taal terug in te voeren op haar scholen. Vandaag de dag spreken pakweg 10 miljoen mensen, plus nog eens 38.000 meer in Frankrijk, Catalaans - dat is ongeveer hetzelfde aantal mensen dat bijvoorbeeld Grieks of Zweeds spreekt.


In 2010 maakte het Spaanse Constitutionele Hof hier echter een einde aan, door een Catalaans statuut over autonomie te schrappen. Hierbij werd gesteld dat Catalonië “onlosmakelijk deel uitmaakt van de enige en ondeelbare Spaanse natie”. Het Hof verklaarde dat Catalaans niet de eerste taal in het Catalaanse bestuur, de media en in scholen mocht zijn. Afgelopen november kreeg het Constitutionele Hof nog meer macht - zo werd bijvoorbeeld het Spaans heringevoerd als de enige instructietaal binnen het educatiesysteem. Sinds 2010 heeft Madrid erop aangedrongen om het Spaans op alle gebieden van het dagelijks leven toe te passen. Zo worden er boetes opgelegd bij commerciële Catalaanse producten die geen Spaans label hanteren, deze boetes lopen op van 15.000 tot 1.2 miljoen euro. Alleen in 2016 al, werden er in Catalonië maar liefst 64 nieuwe regels geïntroduceerd, om verplicht het Spaans als taal te gebruiken. Daardoor krijgt het dagelijkse leven steeds meer te maken met de repressie van taal. De kwestie van taal is ook in Frankrijk een belangrijk thema, omdat Basken en Catalanen daar geen enkele nationale rechten bezitten. Wij zijn voor het recht van alle Basken en Catalanen om in hun eigen taal te spreken en te studeren! Geen privileges voor Spaans of Frans!




2010: Protest voor Catalaanse onafhankelijkheid op de kruising van de Passeig de Gràcia en Aragó Avenues in Barcelona



Geen vertrouwen in de Catalaanse bourgeoisie!

Rajoy en zijn medestanders van de PP gebruiken meer en meer het door Madrid gedomineerde gerechtssysteem tegen de voorstanders van Catalaanse onafhankelijkheid. In November gaf het Constitutionele Hof zichzelf de macht om Catalaanse publieke ambtenaren te schorsen; meer dan 400 Catalaanse overheidsfunctionarissen, burgemeesters en raadsleden werden binnen verschillende rechtbanken aangeklaagd. Hoewel hij in afwachting is van hoger beroep, is Artur Mas inmiddels schuldig bevonden. Hij heeft daarom een boete van 36.500 euro gekregen en hij mag twee jaar geen publieke functie vervullen. Het Constitutionele Hof oordeelde bovendien dat Mas hun uitspraak “niet had gehoorzaamd” toen hij in 2014 een referendum voor onafhankelijkheid uitriep. Deze vond plaats toen hij de president van de regionale ‘Generalitat’(= administratie van de autonome regio) van Catalonië was. Een referendum waarin bijna 90% van de bevolking VOOR Catalaanse onafhankelijkheid stemde!


Madrid heeft daarnaast ook Carme Forcadell, raadslid in de Generalitat, aangeklaagd wegens de “misdaad” van het toestaan van een debat over het voorstel om een tweede referendum voor onafhankelijkheid te houden, dat onderschreven werd door de overgrote meerderheid van de vertegenwoordigers in het Generalitat-parlement en de huidige Generalitat-president Carles Puigdemont. In februari annuleerde het Constitutioneel Hof de resolutie van het parlement om het referendum in 2017 te houden.


Rajoy zijn regering liet recent weten dat het nog liever de openbare scholen in Catalonië zou sluiten, dan hen toe te staan deze te gebruiken als stembureaus voor als de Generalitat zou proberen het referendum alsnog te houden. Dit werd nog eens gevolgd door een onheilspellende bedreiging de Spaanse constitutie te gebruiken om dat wat over is van de Generalitat haar autonome machten, nog verder in te trekken.


Catalonië produceert meer dan 25% van de Spaanse export, goed voor zo’n 28.900 euro bbp per hoofd van de bevolking in 2015. Het Baskenland heeft het hoogste bbp per hoofd in heel Spanje en produceert 8,8% van de Spaanse export. De Spaanse heersende klasse beseft heel goed dat haar kleine gevangenis voor volkeren tot niets zou worden gereduceerd als haar twee meest winstgevende regio’s er uit zouden stappen. Deze zal het dus nooit toestaan dat Catalonië en Baskenland op vreedzame wijze zich van Spanje zouden afscheiden. Het is duidelijk dat als de botsing tussen Spanje en Catalonië zich verder intensiveert, een militaire interventie tegen de onderdrukte natie zal worden ingezet door de Spaanse heersende klasse. Een dergelijke confrontatie zou gelijk de antagonistische klassentegenstellingen naar voren schuiven. Enkel de arbeidersklasse, die zich onafhankelijk beweegt aan het hoofd van alle onderdrukten en armen, heeft dan de sociale macht om te vechten voor de soevereiniteit van de minderheidsnaties tegen het chauvinisme van Madrid.


Echter uit angst voor een opstandig proletariaat zou een significant deel van de Catalaanse bourgeoisie, die voorstander van nationale onafhankelijkheid is, zich per direct in de armen van hun evenknieën in Madrid werpen. Uiteindelijk zullen de kapitalistische machthebbers van zowel de machthebbende naties, als minderheidsnaties, zich met elkaar verenigen om hun klasse privileges te verdedigen tegenover diegenen die zij uitbuiten voor winst - de arbeiders van Spanje, Catalonië en Baskenland. Het zou dus zelfmoord zijn voor het Catalaanse proletariaat om op de Catalaanse bourgeoisie te vertrouwen in haar strijd voor nationale onafhankelijkheid.


We roepen alle tegenstanders van nationale onderdrukking op om de CUP (Candidatura d'Unitat Popular), die Catalaanse onafhankelijkheid nastreeft, te ondersteunen tegen de onderdrukking door de Spaanse staat. Zestien CUP burgemeesters en 372 CUP raadsleden die in Catalaanse gemeentes in het bestuur zitten, zijn al aangeklaagd wegens het gebruik van de Estelada vlag op hun gemeentehuizen en andere openbare gebouwen tijdens officiële Spaanse vieringen. Vijf CUP leden zijn daarnaast nog aangeklaagd wegens de middeleeuwse misdaad van “belediging van de koning”, omdat zij foto’s van de Spaanse koning Felipe VI verbrand hebben tijdens de laatste Diada. De CUP is het slachtoffer van een door de PP geïnstigeerde  lastercampagne, om de partij en haar achterban stelselmatig te criminaliseren.


De bekende Baskische separatist Arnaldo Otegi werd vorig jaar vrijgelaten na zes en een half jaar gevangenisstraf vanwege zijn rol bij de heroprichting van de revolutionair-nationalistische Batasuna partij. Hij mocht verder geen openbare functie meer vervullen en werd tevens nog een keer veroordeeld wegens belediging van de koning. Zijn éénjarige straf werd later ingetrokken onder druk van niets minder dan het Europese Hof voor de Mensenrechten, dat oordeelde dat de straf “onevenredig” was met de misdaad. Onder de huidige Spaanse wetgeving kan iemand die “de koning of koningin of elk van hun erfgenamen beledigt of lastert” een gevangenisstraf krijgen van zes maanden tot twee jaar. Inmiddels is iedere veronderstelde “dreiging” ten opzichte van de monarchie gelijk aan terrorisme. Zo kreeg de rapper Valtonyc uit Mallorca recent nog een aanklacht wegens het beledigen van de koning en aanzetten tot terrorisme aan zijn broek. Hij heeft een gevangenisstraf van drie en een half jaar gehad. Weg met de Bonapartische macht van de Spaanse regering!


Wetten tegen het beledigen van de monarchie, dienen er enkel toe om Spanje haar burgerlijke repressieve apparaat te versterken. Deze richt zich allereerst op het proletariaat. Draconische ‘anti-terrorisme maatregelen’ zijn hard en genadeloos ingezet tegen Baskische separatisten.  De oprichter van Herri Batsuna werd in 1984 bruut vermoord door GAL (Grupos Antiterroristas de Liberación; doodseskaders die in dienst stonden van de Spaanse post-Franco regering, onder leiding van Felipe Gonzalez van de sociaaldemocratische PSOE).



1984, Bayonne in Baskenland: Nasleep van de aanslag op verschillende leden van de  Herri Batsuna door Spaanse GAL doodseskaders



Weg met de EU! Vijand van nationale rechten!

Na de wereldwijde recessie van 2008 heeft de Europese Unie (EU) haar bezuinigingspolitiek ook aan Spanje opgelegd. Als gevolg is de jeugdwerkloosheid in Catalonië toegenomen tot 32% en valt de levensstandaard van 11% van de werkende Catalaanse arbeiders onder de armoedegrens. Ondanks dit alles, hebben zowel Puigdemont als Mas - die feitelijk deze EU bezuinigingspolitiek hebben uitgevoerd - voor steun gebedeld bij hun kapitalistische klassecohorten in de EU. Na zijn veroordeling verklaarde Mas; “Wij zullen in hoger beroep gaan in Spanje en dan deze zaak naar de Europese gerechtshoven brengen.” Ook Puigdemont (die samen met de bourgeois-nationalistische Linkse Partij regeert) vroeg de EU om steun voor een referendum inzake de Catalaanse onafhankelijkheid.


Ondanks de valse hoop van de Catalaanse bourgeoisie, steunt de EU echter onvoorwaardelijk de Spaanse bourgeois staat. Zo liet Bondskanselier Merkel recent nog doorschemeren dat haar positie met betrekking tot Catalaanse onafhankelijkheid hetzelfde was als die van Rajoy. De EU is de dodelijke vijand van de nationale rechten van alle onderdrukten. Vraag het elke uitgebuite Griekse arbeider die slachtoffer is geworden van de wurgende greep van de EU op de Griekse nationale soevereiniteit. Daarom zeggen wij: weg met de euro en weg met de EU! De EU is een onstabiel consortium van kapitalistische landen, die winsten perst uit de arbeiders van heel Europa. Dit terwijl haar dominante leden - Duitsland en in mindere mate Frankrijk en Brittannië - dit instrument gebruiken om zwakkere en meer afhankelijke Europese landen uit te buiten. Vrijheid van het Spaanse juk ligt in de handen van het Catalaanse proletariaat die TEGEN de Europese Unie strijden.



Artur Mas: Sinds 2010 president van de regering van de 'Generalitat de Catalunya' 



Spaanse dockers lieten de weg voorwaarts zien, toen zij in maart een slag toebrachten aan de EU en Rajoy. Het Europese Gerechtshof verklaarde in 2014 dat de arbeidssituatie in alle Spaanse havens - ook die in Catalonië en Baskenland - waarbij alle dockers aangesloten zijn bij een vakbond, in strijd is met de EU regels aangaande de ‘vrijhandel‘ (lees: vrij van vakbonden). Om haar dictaten op te leggen, legde de EU voor 23 miljoen euro aan boetes op aan Spanje en voegde daar vanaf maart een dagelijkse boete van 134.000 euro aan toe, wegens het niet naleven ervan. De Rajoy regering vaardigde daarop een decreet uit om de naleving van deze EU regels in de havens af te dwingen bij de arbeiders die 80% van Spanje haar import en 65% van haar export behandelen. In reactie begon de vakbond van Spaanse dockers (Confederación Española de Transporte de Mercancías/CETM) te mobiliseren voor een nationale staking in de havens. Geconfronteerd met deze stakingen weigerde de meerderheid van de Spaanse parlementsleden het anti-vakbondsdecreet van Rajoy goed te keuren. Dit is de eerste keer dat een decreet is weg gestemd sinds 1979!

               
De strijd is echter nog niet voorbij. Het doel van de EU is om de havens van vakbonden te ontdoen en de lonen in te perken. De boetes die aan Spanje worden opgelegd moeten helpen om dit dictaat af te dwingen. De strijd van de havenarbeiders onderstreept de natuur van de EU als een imperialistisch kartel, dat een steeds grotere uitbuiting van de Europese arbeidersklasse ten uitvoer wil brengen. Dockers georganiseerd binnen de vakbond, zijn in heel Europa een parallelle strijd aan het voeren tegen de pogingen van de kapitalisten, om hun werk over te dragen aan slecht betaalde en maximaal uitgebuite zeemannen uit de Derde Wereld. Dockers in Duitsland en andere EU landen zullen snel geconfronteerd worden met vergelijkbare aanvallen op hun vakbonden, zeker als deze regels in Spanje hun doorgang vinden.



2017: Dockers in Spanje staken en bezetten de havens



De Spaanse dockers voeren dus een strijd die cruciaal is voor het gehele Europese proletariaat! Voor de overwinning is er een strijd nodig tegen de vakbondsbureaucraten, die capituleren voor de eisen van de EU leiders. De ‘International Dockworkers Council’ die haar hoofdkwartier in Spanje heeft, roept bijvoorbeeld op tot “het naleven van het oordeel van het Europees Gerechtshof.” De andere bonzen van de vakbeweging die leiding aan de CETM geven, zijn bereid om het voortbestaan van de vakbond op het spel te zetten voor enkel werk- en pensioenbescherming voor de huidige arbeidskrachten. CETM leider Antolin Goya benadrukt dat “de doorgaande dienst van de huidige havenarbeiders, een van de zaken is, die de nieuwe code moet reguleren.” Dockers van Europa: Het is hoognodig om jullie sociale kracht te gebruiken tegen de aanval van de Spaanse regering en de EU op de CETM en alle dockers van Spanje, Catalonië en Baskenland!



ONAFHANKELIJKHEID VOOR CATALONIË EN BASKENLAND!

VOOR VRIJE ARBEIDERSREPUBLIEKEN!

zondag 4 juni 2017

Het TTIP Vrijhandelsverdrag: Wapen van het Imperialisme


Het eerste vrijhandelsverdrag dat bijna 60 jaar geleden werd ondertekend door West-Duitsland, was - zoals zoveel andere dingen in het land - een product van de Tweede Wereldoorlog. In 1959 ging het land een vrijhandelsverdrag met Pakistan aan. De Duitse steden waren nog ruïnes en het Duitse kapitaal kon enkel overleven door zich terug te trekken in het Westen van Duitsland. Daarom was het Duitse kapitaal toentertijd niet in staat om haar buitenlandse handel en investeringen veilig te stellen door middel van militaire interventie of historische relaties met andere landen. Als resultaat van de Tweede Wereldoorlog waren de imperialistische machten sterk verzwakt, dat gold zeker voor het Duitse imperialisme. Ongeveer een derde van de wereld was niet langer toegankelijk voor de imperialisten. Socialistische landen lieten geen buitenlandse investeringen toe, noch de vestiging van een handelsrijk. Een groot aantal van deze socialistische landen beschermden zich tegen de imperialistische dreiging door de stichting van de ‘Raad voor wederzijdse economische hulp’ (Comecon).


Als overwinnaar van de oorlog was het Amerikaanse imperialisme in die tijd erg sterk en had het geen wederzijdse afspraken nodig, omdat het kapitaalexport en goedkope toegang tot grondstoffen veilig kon stellen via oorlogshandelingen. Het brak Korea op in twee delen door een militair regime in Zuid-Korea te vestigen en deze vorm te geven naar haar wensen. Een regering die met wetten of andere middelen tegen de belangen van het Amerikaanse imperialisme in ging, werd weggevaagd door een coup. Ook Engeland had geen wederzijdse afspraken nodig, deze was ondanks verzwakking nog steeds een koloniale macht en had het Gemenebest om de belangen van het Britse kapitaal veilig te stellen met landen zoals Australië, Canada en enkele Aziatische landen.


Na haar nederlaag was het Duitse imperialisme echter niet in staat om haar belangen te behartigen via militaire coups (het Duitse leger was net weer in opbouw) of historische instituties. Daarnaast had Duitsland in deze tijd een slecht imago. De Ardenauer regering kon het Duitse kapitaal dan ook enkel helpen door ongebalanceerde verdragen - zogenaamde ‘vrijhandelsverdragen’ - aan te gaan met die landen die niet door de VS of andere machten gecontroleerd werden - een instrument dat eerder al door het Hitler-fascisme werd gebruikt. De eerste van deze verdragen was bilateraal afgesproken met Pakistan, dat pas sinds korte tijd een onafhankelijke natie was geregeerd door een militaire dictatuur. Pakistan had zich terug getrokken van de invloeden van het Britse imperialisme door zich van India af te scheiden. Dit eerste vrijhandelsverdrag zou de wetten van beide landen respecteren bij het afhandelen van eventuele overtredingen van het verdrag. Het werd eveneens sterk beïnvloed door de ideeën van de fascistische diplomatie. De bezettingsovereenkomsten die Hitler sloot met bijvoorbeeld Roemenië schreven het overzien van de rechten van de deelnemende landen toe aan non-gouvernementele organisaties. Eenzelfde constructie werd gebruikt in het verdrag met Pakistan: Naast de wetgeving van de twee deelnemende landen werd er gerefereerd aan een commissie die buiten de wetten van deze staten bestond, om geschillen te beslechten. Deze commissie bevond zich in een derde land en was gesitueerd in Stockholm. Tot op de dag van vandaag is dit eerste vrijhandelsverdrag het sjabloon voor het TTIP. Het werd ook gebruikt als model voor latere vrijhandelsverdragen en investeringsovereenkomsten ondertekend door Duitsland. Het verdrag had geen bijzondere invloed voor de handel of kapitaalexport van West-Duitsland, maar is belangrijk omdat het de eerste keer was dat het Duitse imperialisme invloed verwierf in een zwak Derde Wereldland ten koste van de VS.



Van Vrijhandelsverdrag naar Investeringsverdrag gericht tegen Nationale Bevrijdingsbewegingen


In de jaren ‘60 van de vorige eeuw zagen we een dramatische verschuiving in de balans van machten. Het Duitse imperialisme werd weer sterker en het Duitse kapitaalexport kreeg overwicht op de handel. Vrijhandelsverdragen raakten achterhaald, maar behielden hun naam terwijl zij getransformeerd werden in investeringsverdragen. De bepalende hoofdstukken gingen over de rechten van het Duitse kapitaal in de partnerlanden, Duits bezit moest worden veilig gesteld. Het geïnvesteerde Duitse kapitaal moest beschermd worden door het verdrag, wat betekende dat: onteigening van Duitse fabrieken of Duitse rechten op grondstoffen zoals bv erts verboden was; als er toch nationalisering (onteigening) plaats vond, er compensatie betaald moest worden.


De nationale bevrijdingsbewegingen in Afrika en Arabië maakten een einde aan het oude kolonialisme. De volkeren van Derde Wereld landen verzetten zich tegen de koloniale machten zoals Spanje, Portugal, Nederland, België, Frankrijk en Engeland, enz. die gedwongen werden zich terug te trekken. Oude koloniale grenzen werden afgeschaft en nieuwe staten werden geboren. In deze nieuwe staten werd koloniaal bezit in veel gevallen onteigend en genationaliseerd (zoals in Eritrea en Ethiopië). Het Duitse imperialisme wilde een voetstuk veroveren en de plaats van de oude koloniale machten innemen. Echter, het Duitse kapitaal kon niet machtig worden zonder kapitaalexport, de creatie van fabrieken en het plunderen van natuurlijke grondstoffen. Daarom ondertekende het investeringsverdragen met de landen die door nationale bevrijdingsbewegingen gecreëerd waren. In de jaren ‘60 sloot West-Duitsland investeringsverdragen met voornamelijk Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen. Dit waren feitelijk niets anders dan verdragen tegen bevrijding en revolutie en daarmee dus tegen de onteigening van Duits kapitaal. De zorg van Duitse kapitalisten dat kapitaal investeringen niet lang konden duren uit gevaar voor onteigening was niet gegrond - deze contracten waren noodzakelijk voor het Duitse imperialisme.


Deze bilaterale contracten zorgden echter niet voor genoeg bescherming in die tijd van nationale bevrijding en revolutie. Een regering die het verdrag ondertekend had, was wellicht niet lang aan de macht en haar opvolgers zouden mogelijkerwijs het verdrag niet erkennen. Een grote nachtmerrie voor het Duitse imperialisme! Daarom was het noodzakelijk voor het Duitse kapitaal dat de bilaterale investeringsverdragen de wetten van de deelnemende landen in twijfel zouden trekken, door de stichting van een non-gouvernementeel lichaam en het karakter ervan te veranderen van een arbitrage commissie (zoals in het verdrag met Pakistan) naar een arbitrage gerechtshof. Geheel buiten het internationale recht om, kregen deze arbitrage gerechtshoven veel macht via de verdragen die in de jaren ‘60 getekend werden. Hiermee werd een jurisdictie buiten de natiestaten om gevestigd. Als de investeringsverdragen overtreden werden, hadden deze arbitrage gerechtshoven de macht en invloed om nationale jurisdictie te overstemmen. Alleen al het feit dat deze non-gouvernementele jurisdictie erop gericht was om nationale jurisdictie te beïnvloeden en te ondermijnen, maakte het illegaal volgens het internationale recht.                                                  



Vrijhandelsverdragen als bescherming tegen het Socialisme


Vanaf het midden van de jaren ‘70 tot en met de jaren ‘80 verschoof de balans van macht tussen revolutie en imperialisme eens te meer. Deze tijd van desintegratie en vernietiging van voorheen socialistische landen leidde tot het grootste aantal vrijhandels- en investeringsverdragen ooit. In deze tijd was het echter niet enkel Duitsland, maar ook het Amerikaanse imperialisme, en in mindere mate dat van Frankrijk en Engeland, die dit middel gebruikten. Het socialistische bezit werd opgedeeld tussen de bourgeois klassen van de voormalige socialistische landen en de Westerse imperialisten. Verdragen behandelden de verdeling van het volksbezit en de transformatie in gezamenlijke ondernemingen zoals in de Volksrepubliek China. Nieuwe verdragen werden wekelijks afgesloten met voormalige socialistische ondernemingen van Kazachstan tot Rusland. Deze verdragen veranderden het Duitse model: ze werd geïnternationaliseerd terwijl deze werd overgenomen door de VS, Engeland, Frankrijk en andere imperialistische plunderaars.


De verandering van het Duitse model van de vrijhandelsverdragen relateerde specifiek aan de bescherming van de bezitter van het geïnvesteerde kapitaal ten opzichte van de bezitter van het voormalige socialistische bezit. De vernietiging van de Sovjet Unie was het slagveld voor het vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU van vandaag de dag. De contra-revolutie, de nieuwe bourgeoisie, vernietigde de socialistische jurisdictie en creëerde nieuwe staten die zich niet hielden aan het internationaal recht of de tradities van burgerlijke landen. De nieuwe investeringsverdragen werden aangegaan met contra-revolutionaire regeringen, die niet in staat waren om garanties voor de imperialisten vast te leggen in nationale wetgevingen. De institutie van het niet-gouvernementele arbitrage gerechtshof werd daarom verstevigd ten koste van de nationale jurisdictie. Vanaf nu werd het op drie niveaus gegrondvest: Via de ICSID (International Centre for Settlement of Investment Disputes) jurisdictie, dat onderdeel is van de Wereldbank. Een ander gerechtshof wordt georganiseerd door de UNCTAD (United Nations Conference on Trade and Development). Circa tweehonderd landen nemen deel aan een of beide van deze genootschappen. Deze twee instituties zijn echter niet in staat om geschillen te beslechten tussen niet-leden. Het derde niveau van non-gouvernementele jurisdictie bestaat in bilaterale verdragen, welke hun eigen arbitrage gerechtshoven hebben. Deze non-gouvernementele arbitrage gerechtshoven werden in de jaren ‘80 gecreëerd, maar kenden geen machtiging van het internationale recht, noch konden deze nationale jurisdictie overstemmen. Het laatste besluit lag nog steeds bij de jurisdictie van de natiestaat zelf.


In de jaren ‘90 veranderde de situatie rond vrijhandelsverdragen wederom. De voorgaande veertig jaar werd gekenmerkt door het feit dat deze verdragen doorgaans gesloten werden tussen de Derde Wereld en een imperialistische natie. Echter vanaf de jaren ‘90 werden er meer en meer bilaterale verdragen gesloten tussen twee imperialistische staten. Deze verdragen gaven de monopolies macht tegen de staten en hun jurisdictie.



Vrijheid voor de Monopolies om de Staat te vervangen


Sinds 2000 zijn de wereldwijde buitenlandse investeringen verdrievoudigt. Sinds 1990 is het zelfs met factor 12 toegenomen, de totale som van buitenlandse investeringen was maar liefst 26,3 miljard US-Dollar. De Duitse buitenlandse investeringen verdrievoudigden sinds 1990, goed voor zo’n 1,7 miljard Euro. Het Duitse imperialisme, dat de meeste bilaterale verdragen heeft, is gedwongen om haar positie via non-gouvernementele macht veilig te stellen.


Hoe anders kan “het verbod op onteigening zonder compensatie” worden opgelegd aan andere landen? Met Duitse kanonnen, of zolang de kapitalistische vrede nog wat langer voortduurt, met behulp van het sterkste imperialisme, de VS, dat de kant van Duitsland kiest. Daarom dat het Duitse en Amerikaanse imperialisme gedwongen zijn om het TTIP verdrag op te leggen aan alle 28 Europese lidstaten die het Lissabon Verdrag ondertekend hebben. Dit is nieuw in de geschiedenis van de vrijhandelsverdragen. 28 landen die buigen voor een Duits dictaat, om Duitse verdragen met meer dan 100 landen veilig te stellen, om aansprakelijk gesteld te worden als het Duitse imperialisme wordt aangeklaagd vanwege een overtreding van het vrijhandelsverdrag.


Wat voor schade kan het TTIP vrijhandelsverdrag toedienen als het ooit geratificeerd wordt, als haar geheime onderhandelingen al voor de grootste verstoringen in de geschiedenis van deze verdragen gezorgd hebben? Zelfs nu al, zonder TTIP, is er een stormvloed aan rechtszaken ingediend door de monopolies. Sinds 2012 waren er al 514 rechtszaken (geheim voor het publiek), waarvan er 244 afgehandeld werden. De meeste van deze rechtszaken werden ingediend vanuit EU landen, 244 zaken tot 2012. Landen als Argentinië, Venezuela, Ecuador, Bolivia en Mexico zijn aangeklaagd door internationale monopolies met de eis voor miljoenen aan compensaties voor vermeende overtredingen van bilaterale vrijhandels- en investeringsverdragen.


De constructie om vrijhandel en buitenlandse investeringen zonder kanonnen te regelen via verdragen is hoog spel. Het Duitse model van vrijhandelsverdragen moet nu door middel van het Amerikaans imperialisme en 28 EU-lidstaten wereldwijd opgelegd worden via enkel hun politieke en economische macht, terwijl internationaal recht omzeild wordt. Nogal wat landen hebben genoeg van dit soort verdragen, die plunderingen van natuurlijke grondstoffen en staatsfinanciën door buitenlandse investeerders toestaan. Meer en meer landen zeggen bestaande vrijhandelsverdragen op. In oktober 2013 zei Zuid-Afrika haar verdrag met Duitsland op; in mei 2014 schortte Bolivia alle verdragen op en in Australië volgde men dit voorbeeld.


Het is inmiddels wel duidelijk dat de geheime onderhandelingen tussen de VS en de EU in de aanloop naar TTIP, waarbij de meest agressieve monopolies (in tegenstelling tot nationale regeringen) zijn betrokken, weinig opleveren. De paar details die gelekt en publiek geworden zijn, laten zien dat dit verdrag duidelijk een gevaar is voor het burgerlijke parlementarisme en het de nationale soevereiniteit en nationale jurisdictie op sociale en economische vraagstukken ondermijnt. Het verzet tegen dit verdrag groeit met de dag, zowel binnen delen van de bourgeoisie als onder het volk. TTIP zou een doctrine van begrensde immuniteit vestigen, die aan alle deelnemende landen opgelegd wordt. De voorstellen zeggen dat “de immuniteit van de staat wordt gereduceerd tot een functionele immuniteit in het soevereine domein, terwijl de activiteiten van de private sector daar niet langer onder vallen.”


Wanneer een handvol internationale monopolisten van de meest machtige imperialistische landen hun plundertochten voor grondstoffen en hun kapitaal kunnen veilig stellen met het ‘International Centre for the Settlement of Investment Disputes’ (ICSID), terwijl dit niet met nationaal recht getoetst kan worden, maar enkel via een interne ICSID procedure, dan is het voortbestaan van de natiestaat bedreigt. TTIP zal de macht van de grootste monopolies in de wereld doen toenemen en hen toestaan gehele landen en hun jurisdictie te vernietigen. Bedrijven kunnen claimen dat hun fictieve winsten niet gerealiseerd kunnen worden vanwege nationale wetgeving en miljoenen aan compensatie eisen. Het voorstel om fictieve winsten toe te kennen wordt dan behandeld door een instituut dat niet gebonden is aan wat voor jurisdictie dan ook en die toestaat dat monopolies wetten over sociale standaarden, arbeidersrechten, pensioen en gezondheidsstandaarden af kunnen schaffen. Dit is het einde van alle verdragen en het begin van de dictatuur van de monopolies!


Als het TTIP geratificeerd wordt - wat niet zeker is gezien het grote verzet ertegen - kan dit de vonk zijn die de gehele constructie van de vrijhandelsverdragen doet exploderen. Het Duitse imperialisme zal hierbij het hardst getroffen worden en zal dan gedwongen zijn om haar wereldwijde exploitatie van andere landen veilig te stellen door middel van oorlog en militaire interventies. Dit kan mogelijk leiden tot een derde imperialistische wereldoorlog.


Er zal geen ‘ultra-imperialisme’ bestaan. De bourgeoisie is (nog) niet in staat om de grenzen van de natiestaat te breken. De staat zorgt voor het enige betrouwbare instrument tot onderdrukking van het eigen volk en van dat in het buitenland. Als de staat verzwakt, wat de TTIP tot op zekere hoogte zal doen, bevindt de bourgeoisie als klasse zich in groot gevaar. Dit wordt enkel gedaan bij een vrijhandelsverdrag, dat de potentie heeft om een granaat te worden, waarmee de internationale monopolies bedreigt zullen worden. Een storm van verzet door de volkeren van de gehele wereld zal niet falen om de macht van de monopolies te breken.