vrijdag 3 juni 2016

De Palestijnse tragedie: De Zionistische Entiteit na 1948

Sedert 67 jaar voltrekt zich een ongekende tragedie in Palestina, waar een heldhaftig volk onderdrukt wordt door een vreemde bezettingsmacht; de zionistische entiteit. In dit tweede deel gaan we in op de stichting van de zionistische apartheidsstaat en haar bezettingspolitiek. 


Onmiddellijk nadat het onrechtvaardige VN-Verdeelplan goedgekeurd werd, kwam het tot vijandelijkheden tussen de Palestijnen en de zionisten. Toen de Britten in 1948 definitief vertrokken, zagen de zionisten kans om aan te vallen. 

Volgens de zionistische mythe stond tijdens hun 'onafhankelijkheidsoorlog' de kleine Joodse David tegenover een grote Arabische goliath. Niets is echter minder waar. De zionistische milities waren met de hulp van de Westerse grootmachten en de internationale Joodse gemeenschap inmiddels uitgegroeid tot een goed bewapend leger van 120.000 man, met een flink aantal tanks en een luchtmacht. Aan de Arabische kant stonden daar slechts 10.000 man tegenover en zij waren ook nog eens veel slechter bewapend. Dat is een verhouding van zes tegen één, de zionisten waren dus militair gezien sterk in het voordeel. 

Dat de Arabische legers zo zwak waren, had diverse oorzaken. Syrië kende pas sinds 1946 onafhankelijkheid en was in een intern conflict verwikkeld tussen de Alawieten en de Druzen. Libanon werd eveneens pas in 1946 van de Franse koloniale onderdrukking bevrijd en was net bezig met de uitbouw van een eigen leger.  Irak, Egypte en Trans-Jordanië vielen nog steeds sterk onder de Britse invloedssfeer. De Britten konden hierdoor de inzet van Arabische troepen drastisch beperken.  Bovendien had de koning van Trans-Jordanië een geheime deal met de zionisten gesloten. 

In 1948 stichtten de zionisten Israël en begon de 'Nakba' (het grote onheil); Palestina viel en de Palestijnen werden van hun land verdreven. De zionisten begonnen aan 'Tochnit Dalet' (Plan D), de militaire verovering van Palestina en de verdrijving van de autochtone bevolking. Duizenden Palestijnen werden met geweld verdreven, resulterend in honderden doden. De zionistische aanvallen richtten zich in het bijzonder tegen politieke en militaire leiders, communicatielijnen, vitale infrastructuur en economische installaties. 

Het zionistische leger maakt zich schuldig aan verschillende massa-moorden op onschuldige Palestijnse burgers, zoals hier in het Arabische dorp Deir Yassin 

Het handelen van de zionisten gaf duidelijk aan dat de zionisten meer wilden dan wat in het VN-Verdeelplan was bepaald. Theordor Herzl schreef al dat de grenzen van zijn Joodse staat van het land van Egypte tot de Eufraat moesten lopen. Dat is nog altijd de bedoeling. Het is daarom dat de onafhankelijksverklaring van Israël met geen woord rept over grenzen. De Israëlische vlag spreekt boekdelen: de Davidster staat voor de staat en de twee blauwe lijnen voor de Nijl en de Eufraat.

Tijdens de gevechten werd de Palestijnse bevolking in de door de zionistische entiteit gecontroleerde gebieden massaal verdreven.  David Ben Goerion stelt; "Wij moeten de Arabieren verdrijven en hun plaats innemen en we moeten dit met geweld bewerkstelligen. ... Met de georganiseerde transfer van de Arabische bevolking, zouden we kunnen bereiken wat we anders nooit zouden kunnen bereiken ... een Galilea zonder Arabieren." Deze transfer viel onder de verantwoordelijkheid van Yosef Weitz, directeur van het Joods Nationaal Fonds, om zo de creatie van "een Israël waar uitsluitend Joden wonen" te verzekeren. Om te voorkomen dat de Arabieren naar hun geboortegrond konden terugkeren werden hun huizen en akkers gesloopt en er werd beslag gelegd op hun financiële tegoeden. Een beleid dat tot op de dag van vandaag voort duurt. 

Palestijnse gezinnen worden door de zionisten met geweld van hun thuisland verdreven, waar zij al generaties lang woonden en werkten



De zionistische apartheid

Meer dan 40% van de Palestijnen die nu op de Westelijke Jordaanoever leven, woonden oorspronkelijk in wat nu Israël is. In Gaza is 80% van de bevolking afkomstig uit steden die nu Israëlisch zijn. Voor de zionisten bestonden er sinds 1948 geen Palestijnen of Palestijns bezit meer. In 1951 bepaalde het Joods Nationaal Fonds, dat zij de grond die ze ingenomen hadden zou schenken aan het Joodse volk, niet aan de staat, want met de huidige samenstelling van de bevolking is het niet zeker dat het land van de staat Joods land zal zijn. De Israëlische nationaliteit en het daaruit voortvloeiende recht om in het land te wonen, wordt geregeld door apartheid en nationaliteitswetten. Voor de Joden geldt de 'wet op terugkeer' die op eenvoudig verzoek het staatsburgerschap kunnen verwerven. Voor de Palestijnen geldt een aparte wet, het zgn. 'staatsburgerschap door residentie'. Om Israëlier te worden en zo in hun eigen land Palestina te kunnen wonen, moeten zij aan zeer strenge voorwaarden voldoen. Deze wet sluit bovendien alle vluchtelingen en alle bewoners van de Westelijke Jordaanoever en Gaza uit. 

Met de 'wet op het eigendom van afwezigen', dat in 1950 ingevoerd werd, wordt alle grond en onroerend goed van Palestijnse vluchtelingen automatisch overgedragen aan de Israëlische staat. Via deze weg werd maarliefst 93% van het huidige Israelische grondgebied het 'onvervreemdbare eigendom van het Joodse volk'. De 'wet op het onbewerkte land' geeft de zionisten het recht om land op te eisen dat (op dat moment) niet bewerkt wordt. Dit wordt vaak toegepast in combinatie met de 'uitzonderingswet op veiligheidszones'. Een Palestijns dorp wordt ontruimd op basis van vermeende 'veiligheidsredenen' en daarna tot militaire zone verklaard, waardoor niemand er mag wonen. Als gevolg blijft de grond onbewerkt en wordt deze dus automatisch toegewezen aan de staat. 

De muur die Israël van de bezette gebieden scheidt - Nog steeds een symbool voor de voortdurende zionistische apartheid


Israël is niet enkel de staat van zijn inwoners, maar van alle Joden ter wereld. Daarom wordt er een onderscheid gemaakt tussen het staatsburgerschap en nationaliteit. Er bestaat alleen de Joodse nationaliteit. De basisinfrastructuur (land, water, openbare werken, enz.) wordt naast de staat, ook door zionistische instellingen beheert. Er zijn dus twee verschillende fondsen. Het is dus niet verwonderlijk dat voorzieningen zoals wegen, riolering, onderwijs en gezondheid een heel stuk slechter zijn in de 'Arabische sector', dan in de 'Joodse sector'. Het analfabetisme is drie keer hoger bij Palestijnen dan bij Joden. Werkeloosheid teistert de Palestijnen en ook hun inkomens zijn lager dan die van Joden. Een Joodse stad met eenzelfde aantal inwoners heeft gemiddeld vijf keer meer gemeentepersoneel. Alle Palestijnse dorpen en steden kampen met huisvestingsproblemen als gevolg van de onteigeningen door de zionisten.  Bijna 98% van al het water gaat naar Joodse nederzettingen, slechts 2,1% gaat naar Palestijnse gezinnen.     



Regionale spanningen na 1948

Na 1948 was de Palestijnse nationalistische beweging sterk verzwakt. De politieke elites waren gedood of gevlucht. Enkel in de Gazastrook overleefde nog een Palestijnse regering onder Amin al-Hoesseini. Het andere restant van wat eens Palestina was, de Westelijke Jordaanoever, werd ingelijfd bij Jordanië. 

Het gehele Midden-Oosten was drastisch veranderd in de nasleep van de tweede wereldoorlog. De grote koloniale machten Groot-Brittanië en Frankrijk waren sterk verzwakt. Daar tegenover ontstonden er twee nieuwe grootmachten: de Verenigde Staten en de Sovjet Unie. De zionisten waren bondgenoten met de Westerse machten en dus zochten de Arabieren steun bij de Sovjet Unie. Dit leidde tot verschillende conflicten. 

In 1952 kwam in Egypte de pan-Arabistische generaal Gamal Abdal Nasser aan de macht. In 1954 eiste hij dat de Britten hun militaire basissen in het land zouden ontruimen en in 1956 nationaliseerde hij het Suezkanaal. Hierop sloten de belanghebbende landen met betrekking tot het Suezkanaal (Groot-Brittanië, Frankrijk, Nederland en de VS) een bondgenootschap met de zionistische entiteit. Op 29 oktober bezette de Joodse staat de Sinaï en de oostelijke oever van het Suezkanaal. Twee dagen later gingen de Britten en Fransen over tot bombardementen en landden hun troepen in Port Said en Port Foead. Echter onder druk van de nieuwe grootmachten, de VS en de Sovjet Unie, moesten zij zich terug trekken en werd Israël gedwongen om de Sinaï te ontruimen. Nasser werd gezien als de grote overwinnaar van dit conflict en werd zo het nieuwe symbool van het Arabische nationalisme. 

Gamal Abdal Nasser

In de periode die volgde bleven de spanningen tussen de zionistische entiteit en zijn Arabische buren bestaan. In dezelfde tijd werd in Palestina el Fatah opgericht, die guerrilla aanvallen organiseerde vanuit Gaza en Syrië op bezet Palestina. De zionisten zagen Syrië als de geestelijke vaders van el Fatah. In mei 1967 meldde de chef van het zionistische leger, Yitzak Rabin, dat het niet lang meer zou duren tot het Israëlische leger naar de Syrische hoofdstad Damascus zou marcheren. Als reactie hierop sloot Nasser de Straat van Tirana - een zeebrug naar Palestina. Op 5 juni besloten de zionisten aan te vallen. Negentien Egyptische luchthavens en verschillende belangrijke industriële complexen werden door de Israëlische luchtmacht gebombardeerd. Kort daarna volgden luchthavens in Irak, Syrië en Jordanië. Hierop verklaarden alle Arabische landen de zionistische entiteit de oorlog. Echter door hun massale overwicht in bewapening ter land, ter zee en in de lucht, wisten de zionisten in zes dagen tijd de Egyptische Sinaï, de Syrische Golanhoogvlakte, Gaza en de Westelijke Jordaanoever te bezetten. Hierbij werd massaal napalm ingezet tegen de burgerbevolking. De Arabische landen aanvaardden hierop een staakt-het-vuren. 


1967: Israëlische leger bereid zich voor op een aanval

In de nasleep van deze oorlog keurde de VN resolutie 242 goed. Twee zinnen uit deze resolutie zouden decennialang het debat over de Palestijnse kwestie beheersen. Punt 1a eist de terugtrekking van de Israëlische troepen uit de gebieden die bezet zijn tijdens de zesdaagse oorlog. Maar er is een verschil in nuance tussen de Engelse en Franse tekst: namelijk tussen 'le retrait (...) des territoires occupes' en 'withdrawal from territories occupied.' Al naar gelang taal gaat het om alle bezette gebieden of sommige bezette gebieden. In de resolutie valt het woord Palestijnen niet. Tot op heden zijn de Palestijnse gebieden en de Golanhoogte bezet door de zionisten.


In het laatste deel zullen we ingaan op een nieuwe fase van het Palestijnse verzet tegen de bezetting door de zionistische entiteit. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten